Zorg en advies

Algemeen

Soms heeft een leerling extra zorg nodig. Bijvoorbeeld bij emotionele of psychische problemen of na een ingrijpende gebeurtenis. In het algemeen gaat het hier om leerlingen die in meer of mindere mate aandacht en begeleiding nodig hebben om optimaal te kunnen functioneren. In veel gevallen is een klein duwtje in de rug al voldoende, maar soms maken specifieke problemen een intensievere begeleiding noodzakelijk. Met een doordacht opgezet zorgsysteem probeert de school deze leerlingen zoveel mogelijk op maat te bedienen.

Sterk mentoraat

De mentor speelt een centrale rol in de leerlingbegeleiding. Elke klas heeft een mentor. De mentor houdt in de gaten of de leerlingen met plezier naar school gaan en of het goed gaat met de cijfers.

Zorgcoördinator

De vaak sterk uiteenlopende zorgvragen vereisen een samenhangend zorgbeleid en gestructureerde uitvoering daarvan. De locatie Leiden beschikt over drie zorgcoördinatoren voor de verschillende afdelingen van de school. De algehele coördinatie van de zorg ligt bij hen.
De zorgcoördinator van een afdeling adviseert de schoolleiding, bevordert de deskundigheid van degenen die bij de zorg betrokken zijn en coacht collega’s in uitvoeringstaken. Daarnaast is de zorgcoördinator het eerste aanspreekpunt voor externe contacten en lid van de Interne OndersteuningsCommissie (IOC).

Remedial teacher

De Remedial Teacher is het eerste aanspreekpunt voor leerlingen, ouders en collega’s die vragen hebben over dyslexie en dyscalculie. De remedial teacher kan toelichting geven op ondersteuning en faciliteiten voor leerlingen met dyslexie/dyscalculie, en kan ook een vooronderzoek starten wanneer er vermoedens bestaan dat een leerling dyslexie heeft. In zulke gevallen worden begrijpend lezen, spellingvaardigheid en basisvaardigheden rekenen onderzocht. Vanzelfsprekend worden ouders hierover geïnformeerd.

Leerlingbegeleider

Wanneer mentor en leerling een probleem hebben waar ze samen niet uitkomen, dan schakelt de mentor de zorgcoördinator van de betreffende afdeling in. Een leerling kan uiteraard ook op eigen initiatief contact zoeken met de zorgcoördinator. Er zijn verschillende docenten die de taak van leerlingbegeleider hebben; zij begeleiden de leerling, en hebben eventueel contact met externe instanties.

Vertrouwenspersoon

Als een leerling te maken krijgt met seksuele intimidatie, in de vorm van woorden, aanrakingen en gedragingen die hij als vervelend ervaart, dan kan hij natuurlijk naar de mentor gaan of naar een willekeurige docent om zijn problemen te bespreken. Daarnaast kent elke locatie een of meer vertrouwenspersonen die de privacy van de leerling optimaal kunnen waarborgen. Mocht de drempel naar de vertrouwenspersoon ook te hoog zijn, dan is er altijd nog de mogelijkheid telefonisch contact te zoeken met het Centraal Meldpunt Vertrouwensinspecteurs, telefoon 0900-1113111, of met het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling Zuid-Holland, telefoon 0182-680888. Aan het begin van het schooljaar ontvangen alle nieuwe leerlingen een folder waarin staat wat te doen bij seksuele intimidatie. Richtlijnen voor de werkwijze van de leerlingbegeleider en de vertrouwenspersoon zijn verkrijgbaar bij de locatiedirectie. Op het Visser ’t Hooft Lyceum worden de functies van leerlingbegeleider en vertrouwenspersoon door dezelfde persoon uitgeoefend.

Schoolmaatschappelijk werker

De contactpersoon van het JGT (jeugdengezinsteam) is meerdere dagdelen per week op de locatie aanwezig. Leerlingen kunnen door hun ouders aangemeld worden via de website van het JGT of (indien een leerling 16 jaar of ouder is) een leerling kan zichzelf aanmelden. De contactpersoon van het JGT is op onze locatie een maatschappelijk werkster van stichting Kwadraad en fungeert als een laagdrempelige expert in problemen op sociaal-emotioneel gebied. Daarbij ondersteunt de contactpersoon JGT de school bij problemen van leerlingen die gerelateerd zijn aan de gezinssituatie, de opvoeding en de leef-en schoolomgeving. Hij/zij is tevens lid van het IOC (zie boven).

Sociale vaardigheid

Speciaal voor leerlingen uit de brugklas en de tweede klas (de keuze van het leerjaar verschilt per vestiging) organiseert de school een training sociale vaardigheden. Het doel hiervan is: kinderen hun zelfvertrouwen teruggeven, zodat ze in voorkomende situaties voor zichzelf een antwoord weten op de vraag ‘wat doe je dan?’ Met de ouders wordt besproken of hun zoon of dochter aan de cursus deelneemt. De training wordt gegeven aan een groep van ten hoogste twaalf leerlingen. Voorafgaand aan de cursus is er een informatieavond voor hun ouders.

Zelfvertrouwen

Faalangstige leerlingen kunnen deelnemen aan een training om faalangst te verminderen. Onder meer door middel van ontspanningsoefeningen en oefeningen om ‘anders’ te leren denken, krijgen leerlingen een handreiking om de cirkel te doorbreken van ‘steeds harder leren en steeds slechter presteren’. De wijze van selectie van de leerlingen, de groepsgrootte en de organisatie van de cursus zijn in grote lijnen dezelfde als bij de training sociale vaardigheden in de brugklas.

Wet Passend Onderwijs

De school heeft een ‘Schoolondersteuningsprofiel’ opgesteld conform de Wet passend onderwijs. Hiermee wil onze school de ouders, leerlingen, medewerkers en andere belanghebbenden inzicht geven in de voorzieningen die zijn getroffen voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Daarnaast beschrijven wij in dit profiel onze ambities voor de toekomst in de ondersteuning van leerlingen met specifieke leerbehoeften.

Schoolondersteuningsprofiel_Leiden_1519

 

Hebt u een vraag? Stel hem hier